vrijdag 7 oktober 2011

Leren lezen

Geheel passend bij het thema van deze week ( kinderboekenweek ) staat alles in huize Clancy deze week in het teken van leren lezen. Mijn oudste meid gaat sinds de zomervakantie naar groep 3 en leert met grote sprongen lezen. En dat werd hoog tijd!
Net zes is ze, maar je zou denken dat ze al tien was. Sinds ze een paar woorden kan lezen, is ze wereldwijs. Uiteraard weet ze alles beter, want als de juf het zegt dan is het zo. Ik ben alleen maar blij dat ze nu zijn begonnen met het echte werk. Ze was er al een hele tijd klaar voor. Natuurlijk hebben we thuis ook wel spelenderwijs naar woordjes gekeken, maar de juf die doet het toch wel heel goed.
Iedereen in huis oefent fervent mee. In drie weken tijd kan ze al een aardig stukje voorlezen en zo vermaakt ze haar broer en zus. En aangezien jongere zus alles práchtig vindt wat haar grote zus doet, wordt er driftig doorgeoefend ook als Róisín allang weer terug naar school is. Net als haar oudere zus, kruipt Niamh dan op de bank naast haar broer met een boekje in haar hand. En dan komt het: roohooohoood-kahahap-jehuhuh. Roodkapje dus, voor wie het niet lezen kan. En de woholholluhuf (wolf). Geweldig genieten vind ik dat.
Broerlief laat het zich aanleunen. Dat is er echt een die alles het liefst aangereikt krijgt. Of dit nu een verschil met jongens en meisjes is, weet ik niet. Ik zie in onze familie wel echt een verschil tussen de twee. Ze zijn even oud, op dezelfde dag geboren, tweeling maar o, zo verschillend. Zij kleedt zichzelf het liefst aan, hij staat als een stijve hark te wachten tot iemand in huis hem aankleed en vertelt wat er van hem verwacht wordt. Zij wil het liefst nu al naar school, hij vindt het thuis wel prima. Zij wil fietsen en mag het ook al zonder zijwieltjes mama? Hij kijkt vol verwondering naar de trappers en vraagt zichzelf af wat je daar nu in vredesnaam mee kunt doen. Zij wil ook al kunnen lezen en hij wil graag voorgelezen worden.
De jongste ligt in de box alles goed te bekijken en op te slaan. Broer en zus brengen haar heel lief het knisperboekje, zodat zij ook kan lezen. Ergens verwacht ik ieder moment dat ze rechtop gaat zitten en zegt: Nij-hij-hijntje!

maandag 19 september 2011

Papa

Er zijn dagen dat alles me aan mijn vader doet denken. Als ik zou geloven in een hogere macht of in leven na de dood dan, op een dag als vandaag, zou ik geloven dat hij in de buurt was. Misschien wel om me iets duidelijk te maken of om me een beetje bij te sturen.

Op zo'n dag als vandaag zie ik allereerst de contouren van een man die qua bouw op mijn vader lijkt. Mijn onderbewuste reageert direct en het kind in mij denkt: He daar is paps! Leuk!

Soms wordt die onbewuste registratie een bewuste gedachte, gevolgd door een - tegenwoordig zoete - melancholie. Gelukkig word ik niet meer overvallen door het enorme gemis en de doffe pijn die ik in de begintijd ervaarde. Ik kan er nu zelfs een beetje van genieten. Zo blijft hij tenminste in mijn gedachten en herinner ik mij telkens weer kleine details. Dingen of gewoonten waarvan ik niet meer wist dat ik ze me nog herinnerde.

Zo'n dag als vandaag gaat verder en terloops ontdek ik iets anders dat me aan hem doet denken. Een logo van een bepaald automerk, een film die hij leuk vond, gedrag waar hij zich bij anderen aan ergerde. Zoiets. Vandaag was het een man op het perron die twee druppels water op Bud Spencer leek. Ik kan me het nog levendig herinneren, mijn vader voor de Philips buis, kijkend naar Bud Spencer en Terrence Hill. Geweldig vond hij dat.

Op zo'n dag weet ik hoe het verder gaat. De herinneringen blijven komen en er blijven dingen gebeuren die me aan hem doen denken. Zoals ik al zei, als ik erin zou geloven, zou ik bijna denken dat hij een stukje met me oploopt. Een prettige gedachte, dat wel.

Bij het instappen in de tram zegt een meneer tegen zijn mobieltje: het is de toon die de muziek maakt.
En ik? Ik denk aan alle keren dat ik ruzie maakte met mijn vader en brutaal tegen hem deed. Als hij me dan zei dat ik niet zo'n grote mond moest hebben, ontkende ik alles stellig en beweerde ik dat ik het niet zo bedoeld had. Waarop hij steevast tegen mij zei: "Jaja, nou, c'est le ton qui fait la musique, hoor!"

Dag pap.X

vrijdag 9 september 2011

Maandagen

Zoals mijn man me laatst fijntjes liet weten, valt het allemaal wel mee met de drukte. Immers, de dagen dat ik werk, brengt híj over het algemeen de kinderen naar de opvang en naar school, hij kookt het avondeten en hij haalt ze weer op bij de opvang en de naschoolse opvang. Dit alles zorgt ervoor dat ik de ‘gewone’ acht uur kan werken.

Hoe anders is dit op de maandag. Ken je dat? Om half negen op school zijn, betekent dat we met zijn allen om ongeveer zeven uur aangekleed aan de ontbijttafel zitten. Oftewel om zes uur gaat de wekker, zodat ik – na het kopje koffie op bed – om half zeven kan opstaan. Het kopje koffie is overigens een erfenis van de zwangerschap, die houden we er voorlopig gewoon nog even in.

Het ochtendritueel loopt tegenwoordig heel gestroomlijnd. We zijn geoefende ouders, zeg maar. Buiten de jongste die zo nu en dan precies op het meest onhandige tijdstip om de borst komt vragen, loopt het allemaal als een goed geoliede trein. Maar dan! Dan komt het gegoochel. Reken je even mee? Mijn oudste komt thuis voor de lunch. Ik moet dus om twaalf uur bij de school staan om haar op te halen. Zonder kinderen is het zeven minuten lopen naar school. Met alle kinderen duurt het een kwartier. (Mijn tweeling van drie loopt nogal eens verschillende richtingen uit!) Als we dus stipt om twaalf uur van school vertrekken, zijn we om kwart over twaalf thuis. Dan volgen de boterhammen, die ik natuurlijk niet van te voren heb klaargelegd, want dat zou veel te praktisch zijn! Vervolgens smeer ik de boterhammen voor de oudste en de tweeling; dat is bij elkaar een halfje brood. Ik foeter dat ze deze maar vlug moeten opeten want om UITERLIJK kwart voor een moeten we weer buiten staan anders zijn we te laat en word ik aangesproken door de juf. Het spreekt voor zich dat ik gedurende deze lunchpauze niet aan eten toekom en de hele tijd mijn vingers kruis dat mijn jongste dochter niet juist op dit moment komt voor haar voeding. We zijn dan rond half twee weer thuis, want op de terugweg doen we het rustig aan. Ergens tussen om een uur of twee geef ik de borst om uiteindelijk rond half drie weer alle luiers, jassen en schoenen te gaan verzamelen om zo om drie uur weer op het schoolplein te staan.

En dan?
Dan zegt de oudste bij het naar buiten komen: “Mam, mag ik vandaag spelen?”